Nota Bene online

Arthur Salomons; in gesprek met onze onderwijsdirecteur

  • De student
  • 14 minuten (2705 woorden)

De onderwijsdirecteur: wie is hij en wat voor invloed heeft de onderwijsdirecteur op het beleid van de faculteit dat studenten direct raakt? Het is de redactie van de Nota Bene is opgevallen dat iedereen wel weet wie onze onderwijsdirecteur is, maar geen student kan vertellen wat zijn dagelijkse bezigheden zijn. Daarom gingen Zita en Bryan in gesprek met de man die zich al vier jaar onze onderwijsdirecteur van de bacheloropleiding mag noemen: Arthur Salomons.  

 

Persoon en functie

Volgens uw cv op de website van de Universiteit van Amsterdam (UvA), heeft u een lange carrière heeft in de wetenschap achter de rug. Ik weet zeker dat veel studenten daar niet van af weten. Zou u uw loopbaan toe kunnen lichten?

Eigenlijk ben ik een historicus die jurist is geworden. Na mijn tijd op school in Zaandam heb ik lange tijd getwijfeld of ik geschiedenis of economie zou gaan studeren. Uiteindelijk heb ik voor economie gekozen, maar al snel werd duidelijk dat economie niet mijn ding was. Ik ben toen eerst geschiedenis erbij gaan doen en uiteindelijk ben ik gestopt met economie. Omdat in de tijd dat ik studeerde – in de jaren ’80 – er een diepe crisis was heb ik uit werkgelegenheidsoverwegingen besloten om rechten naast mijn studie geschiedenis te gaan doen. Pas toen ik klaar was met beide studies kreeg ik van zowel Geschiedenis als van Rechten het aanbod om Assistent in Opleiding te worden en toen moest ik dus écht kiezen, tenminste dat gevoel had ik. Uiteindelijk heb ik toen toch gekozen voor Rechten. Ik was net binnen en toen viel er een gat bij de sectie Rechtsgeschiedenis. Ik ben uiteindelijk ook op een rechtshistorisch onderwerp gepromoveerd en heb anderhalf jaar als docent Rechtsgeschiedenis gefungeerd. Veel later, nog voor ik mijn proefschrift af had, ben ik naar de Hoge Raad overgestapt en ben ik vijf jaar gerechtsauditeur geweest. In de jaren dat ik voor de Hoge Raad werkte heb ik mijn proefschrift afgemaakt. Kort na mijn promotie ben ik benoemd tot bijzonder hoogleraar op de Bregstein Leerstoel, en twee jaar later, in 1999, ben ik gewoon hoogleraar geworden. Pas veel later, in 2014, ben ik onderwijsdirecteur geworden. Dat was een toevallige samenloop van omstandigheden. Er was een gedoodverfde kandidaat voor die functie, maar die bleek op het einde afgehaakt te zijn. Ik sprak toen Edgar du Perron bij het koffiezetapparaat. Hij was toen nog decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en vroeg mij of de functie van onderwijsdirecteur niet iets voor mij zou zijn. “Ik weet dat je ‘nee’ gaat zeggen maar ik vraag het je toch”, zei hij erbij. Na een weekend nadenken heb ik besloten de functie aan te nemen, de gedachte om eens iets geheel anders te gaan doen vond ik erg aanlokkelijk.

 

Tegenwoordig bent u onderwijsdirecteur. Wat houdt die functie precies in?

Het is eigenlijk is een beetje ingewikkeld om mijn functie te omschrijven. We hebben onderwijsdirecteuren en opleidingsdirecteuren. Elke opleiding heeft een opleidingsdirecteur. Dat is degene die verantwoordelijk is voor het goed verlopen van de vakken, de toetsing en dergelijke, oftewel de uitvoering van beleid. Daarboven heb je de twee onderwijsdirecteuren die verantwoordelijk zijn voor het onderwijsbeleid voor alle opleidingen uit hetzij de bachelor-, hetzij de masterfase. Tegenwoordig zijn er nog maar twee bacheloropleidingen: Rechtsgeleerdheid en Fiscaal Recht. Van de eerstgenoemde opleiding ben ik tevens de opleidingsdirecteur. Omdat Rechtsgeleerdheid veruit de grootste van de twee bacheloropleidingen is, ligt mijn werk als onderwijsdirecteur heel mooi in het verlengde van dat als opleidingsdirecteur. Als onderwijsdirecteur heb ik trouwens veel taken ‘buitenshuis’: ik ben zeker één à twee dagen in de week actief binnen allerlei stuurgroepen en commissies op universitair niveau. Dat vind ik een van de leukste aspecten van mijn werk, het contact met collega’s uit andere faculteiten.

 

Wat is uw macht binnen de UvA als geheel? Hoe verhoudt de onderwijsdirecteur zich tot algemeen bestuur van de UvA?

Een belangrijk orgaan binnen de UvA is de Universitaire Commissie Onderwijs (UCO). Deze commissie adviseert de rector magnificus, de hoogste persoon op het gebied van onderwijs en onderzoek. Als onderwijsdirecteur zit ik in de UCO. In die hoedanigheid adviseer ik de rector over allerlei dingen, bijvoorbeeld ‘blended learning’, onderwijsvisie, noem maar op. Elke maand is er een stapel dossiers waar de UCO mee bezig is en waar zij de rector dus over adviseert. Op die manier heeft de onderwijsdirecteur dus een zekere invloed. Uiteraard heb ik als het goed is ook een zekere invloed via de al genoemde stuurgroepen en commissies, maar het gaat er altijd om anderen aan jouw kant te krijgen: in je eentje krijg je niets gedaan. Je kan dan ook niet zeggen dat een onderwijsdirecteur ‘macht’ heeft. Sterker nog, ik heb een onderwijskundige wel eens horen zeggen dat de functie van onderwijsdirecteur neer komt op: ‘veel verantwoordelijkheden, weinig bevoegdheden.’ Dat klopt heel aardig.

 

Onderwijsgerelateerde zaken 

U heeft natuurlijk niet alleen contact met bestuurders maar ook met studenten. Hoeveel direct contact hebt u met studenten?

Ik heb daarin verschillende rollen: als professor bij bachelor- en mastervakken, als scriptiebegeleider en als tutor. Ik zoek dat contact ook op om daarmee mijn rol als onderwijsdirecteur beter te kunnen vervullen. Het is dus een dubbelrol als docent en onderwijsdirecteur en die probeer ik te combineren. Overigens heb ik ook veel contact met individuele studenten per e-mail, waarin ik veel tijd steek, bijvoorbeeld na het besluit over de webcolleges. Dit is natuurlijk geen face tot face contact, maar het geeft mij wel de mogelijkheid om studenten die het niet eens zijn met nieuw beleid zo zorgvuldig mogelijk uit te leggen wat de achtergronden daarvan zijn, en in te gaan op hun bezwaren.

Kunt u wat meer vertellen over het besluit van de webcolleges en hoe u dat beleefd hebt?

Er waren eigenlijk twee besluiten. Het eerste besluit, dat dateert van voor de zomer, hield in dat wij stoppen met het beschikbaar stellen van webcolleges gedurende de onderwijsweken. Dat hebben we vervolgens met de opleidingscommissies en de facultaire studentenraad (FSR) besproken. Die waren niet erg enthousiast, maar we hebben toch doorgezet. Zodra het bericht naar buiten kwam, kregen we van veel studenten per e-mail te horen dat ze zich erdoor overvallen voelden. Na het eerste blok hebben we daarom in overleg met de FSR en de Opleidingscommissies besloten voor het lopende studiejaar aan hun bezwaren tegemoet te komen door webcolleges ook op de avond van de hoorcolleges op Canvas te plaatsen; wie overdag echt niet kan komen, kan het op dezelfde avond inhalen.

Beantwoordt u dan al deze e-mails?

Ja, ik heb ze allemaal beantwoord, dat was enkele dagen flink doorwerken. Wat mij bij dit ‘dossier’ erg opviel, was dat meningen van docenten en studenten mijlenver uit elkaar lagen. De meeste docenten waren erg blij met het besluit: de collegezalen zaten weer vol! Veel studenten zagen het echter als iets wat hun vrijheid beknot en hun mogelijkheden beperkt. De tegenstelling is dus behoorlijk groot.

Nadat we hadden bekendgemaakt dat de colleges ‘s avonds tijdelijk online zouden komen zag je dat studenten daar dan ook weer een uitzondering op wilden; er kwam dus weer een nieuwe stroom e-mails op gang. We weten nog niet hoe we het volgend jaar gaan aanpakken, maar we gaan zeker niet meer webcolleges online zetten. Wij zijn namelijk blij met de regeling: webcolleges werken niet en de echte colleges worden weer veel beter bezocht.

Al met al was dit wel een lastige kwestie waar veel tijd in is gaan zitten en die voor veel onrust heeft gezorgd. Ook is de sfeer er natuurlijk niet beter op geworden, terwijl het besluit altijd om het belang van de studenten heeft gedraaid.

 

Nog een beladen onderwerp vormen de hoeveelheid studieplekken in dit gebouw. Ik heb ook het idee dat dat dit collegejaar meer speelt dan vorig collegejaar. Misschien dat studenten nu pas de studieplekken ontdekken. Hoe wordt dit opgepakt door u en uw collega’s?

Dit is inderdaad zo’n beetje een vast item geworden op de agenda van elk bestuurlijk overleg en elke commissievergadering. Wat mij betreft valt er veel voor te zeggen om de studieplekken in ons gebouw voor te behouden aan UvA-studenten en de plekken in de Juridische Bibliotheek aan rechtenstudenten alleen. Er studeren hier nu niet alleen veel studenten van andere opleidingen, maar ook van de HvA en de VU, en er schijnen zelfs scholieren gebruik te maken van onze studieplekken. Het is duidelijk dat dat niet echt de bedoeling is, maar ik ga hier niet over en dat het ook duidelijk is dat dit niet eenvoudig is aan te pakken. We zullen het er eerst over eens moeten worden wat we willen, en vervolgens moeten bekijken hoe we dat gaan handhaven.

 

Wat ik ook van meerdere medestudenten heb gehoord is het argument dat er meer studieplekken beschikbaar moeten komen nu de regeling omtrent de webcolleges strenger is geworden. Er zijn dan immers meer studenten op de campus. 

Daardoor is het tekort misschien inderdaad nijpender geworden. Ik juich samen studeren ook erg toe en daar moet de gelegenheid voor zijn. Dat lijkt nu, rondom de tentamens althans, op het Roeterseiland niet het geval te zijn. Vorig jaar hebben we in de week voor de tentamens enkele werkgroeplokalen opengesteld. Aan het einde van dit studiejaar komt er op de derde verdieping een ‘active learning space’ waar negentig studenten kunnen samenwerken in groepsverband.. Deze ruimte kan ook worden opengesteld voor zelfstudie en voor het afnemen van toetsen. Dit komt waar nu de onderwijsbalie zit.

Het past bij een wereldwijde trend waarbij universiteiten dit soort interactieve ruimtes bouwen in aanvulling op de klassieke onderwijszalen. Wij beginnen dus met één en hopen dat het aanslaat omdat het onderwijs steeds meer op samenwerking gericht wordt.

 

Toch merk je dat nu niet zo in het reguliere curriculum: samenwerking is geen groot onderdeel van de bachelor.

Dat klopt, maar dat verandert wel. Bij goederenrecht, waar ik zelf bij betrokken ben, doen we dat bijvoorbeeld al enkele jaren in de werkgroepen en bij andere vakken zie je dat ook steeds meer. Een prachtig voorbeeld is de Amsterdam Law Firm, dat is een en al samenwerking! Het gaat dus wel degelijk de kant op van meer samenwerken.

Ik (Zita) ben zelf vorig jaar aan deze bachelor begonnen dus de eerste lichting met het nieuwe curriculum en ik heb de verhuizing en de daarmee samenvallende bezuinigingen niet meegekregen. Hoe staat het nu met de financiële situatie op de faculteit?

De gevolgen van de bezuinigingen zijn nog steeds voelbaar. Zo is er nog een aantal oud-medewerkers dat nog begeleid wordt bij het vinden van nieuw werk. Wel hebben we de financiële doelen gehaald en gaat het momenteel goed. We krijgen meer geld voor onderwijs dan voorheen dankzij een gunstig nieuw verdeelmodel binnen de UvA. We nemen nu ook meer eerstejaarsstudenten aan, maar het duurt een aantal jaar voordat we daar echt de vruchten van plukken omdat studenten daarvoor eerst een diploma moeten halen.

Ik (Bryan) ben juist de laatste lichting van het oude curriculum en zitten in een soort overgangsregeling. Ik zie dat in het nieuwe curriculum meer aandacht wordt besteed aan spreken, schrijven en argumenteren dan bij mij. Er bestaat zoiets als een vaardighedenlint, maar daar wordt eigenlijk weinig mee gedaan.

Jouw jaar is inderdaad een beetje uitzonderlijk wat dat betreft. We zijn het nieuwe curriculum ingegaan met een nieuw vaardighedenlint. Voor jouw lichting hebben we overgangssysteem gehanteerd waardoor jij daar slechts ten dele mee te maken krijgt. We zijn nu alweer bezig om een veel ambitieuzer vaardighedenlint te maken dat beter aansluit bij het juridische beroepenveld. Hieronder vallen zowel academische als professionele vaardigheden, zoals samenwerken. We gaan hier dus steeds meer aandacht aan besteden. Voor jouw generatie komt dit waarschijnlijk wel te laat ja.

We blijven steeds vernieuwen, zo gaan we binnenkort een taaltoets invoeren in het eerste bachelorjaar. Dit jaar wordt er al een pilot gedraaid bij de eerstejaars. Deze taaltoets moet een indicatie geven van je niveau van voornamelijk begrijpend lezen en al vroeg een taalachterstand constateren zodat we op tijd kunnen ingrijpen door de juiste hulp te bieden. Je mag straks pas aan je bachelorscriptie beginnen als je deze toets hebt gehaald. Nu worden taalproblemen namelijk vaak pas bij de scriptie geconstateerd, en dat is te laat om er nog iets aan te doen.

 

De UvA in de maatschappij 

UvA-studenten nemen geen blad voor de mond en hebben een uitgesproken mening. Van oudsher heeft de UvA een links karakter, hoe denkt u dat dat komt?

Er is absoluut een tijd geweest waarin dat echt klopte, neem de jaren 60. De UvA had toen zowel veel medewerkers als veel studenten die uitgesproken links waren. Het zal je misschien verbazen, maar dat was ook een tijd waarin veel medewerkers op de barricades te vinden waren. Dat beeld blijft natuurlijk hangen, maar ik denk dat dat niet meer klopt, al een paar decennia niet meer. Laatst sprak ik met een collega die stelde dat de UvA tegenwoordig een universiteit is met vooral linkse medewerkers en rechtse studenten. Ik denk dat dat best eens zou kunnen kloppen. Sommige faculteiten hebben een hele activistische studentenpopulatie, neem de Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen en Faculteit der Geesteswetenschappen, daar gist het zeer regelmatig. Maar de andere faculteiten hebben toch een betrekkelijk makke studentenpopulatie; die krijg je niet eenvoudig de barricades op, ook als dat eigenlijk wel goed zou zijn.

 

We hebben nu meerdere bezettingen van universiteitsgebouwen gezien de laatste jaren en dat is eigenlijk een herhaling van de jaren ’60 en ’70. Merkt u iets van deze mentaliteit binnen onze faculteit?

Het waren eigenlijk vooral studenten van eerdergenoemde faculteiten, niet zozeer onze faculteit. Aan bewegingen als ReThink werd wel deelgenomen door rechtenstudenten en juristen, maar dat ging meer om discussiëren dan om bezetten. Deze beweging bestaat nog steeds en is vanuit de hele UvA vertegenwoordigd. Ze zijn kritisch over de inrichting van de universiteiten waarin de decanen veel te zeggen hebben en de medewerkers weinig. Er heerst onder sommige medewerkers een nostalgie naar de tijd dat ze via de Faculteitsraad meer te zeggen hadden. Of dit bij studenten ook zo is betwijfel ik, als ik kijk naar de lage opkomstcijfers bij studentenraadverkiezingen. Deze mogelijkheid wordt dus niet benut door onze studenten en dat is erg jammer. Dit zorgt ervoor dat onze FSR zich niet ten volle gesteund kan voelen door de meerderheid van de studenten. Dat geldt ook voor de opleidingscommissies. De bereidheid van studenten om zich daarvoor actief in te zetten is niet erg groot.

 

Dat is inderdaad opvallend. Zou dat op andere faculteiten anders zijn?

Bij politicologie wel, wat mij ook niet verbaast, maar bij andere faculteiten is de belangstelling ook mager. Dit is deels wel te verklaren door het huidige leenstelsel: studeren is duurder dan ooit en studenten moeten opschieten want er is niet veel tijd te verliezen. De druk op studenten is toegenomen, wat een groot verschil is met de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Studenten waren toen niet zo resultaatgericht als nu. Als opleiding moeten wij hier mee rekening houden.

 

Hoe kijk u dan tegen het nieuwe leenstelsel aan als u deze gevolgen bij studenten ziet?

Aan de ene kant is het goed, omdat je moet investeren in jezelf en je je best moet doen voor een baan na je studie. Aan de andere kant zorgt het er ook voor dat sommige groepen van de samenleving minder snel gaan studeren. Het is eerlijk dat studiekosten niet volledig door de samenleving worden betaald maar deels ook door de studenten zelf, ervan uitgaande dat ze later genoeg zullen verdienen om hun studieschuld af te betalen. Het leenstelsel zit wat dat betreft wel goed in elkaar, maar het is jammer dat veel studenten er desondanks voor terugdeinzen om flink te lenen en er daarom van afzien om naast hun studie nog andere nuttige of leuke activiteiten te ondernemen.

 

Zien jullie als universiteit de voordelen van het nieuwe leenstelsel terug? Dat was immers wel de bedoeling ervan: investeren in onderwijs.

Ja, in de vorm van kwaliteitsgelden die wij vanaf dit jaar ontvangen. Deze moeten wij investeren in onderwijsvernieuwing en docentprofessionalisering, en daar zijn wij druk mee bezig. Het zijn ook aanzienlijke bedragen waar we het over hebben. Ik hoop en verwacht dat het in ieder geval de komende jaren goed blijft gaan.

 

 


70 jaar universele mensenrechten
06jan

70 jaar universele mensenrechten

70 jaar universele mensenrechten Op 10 december was het 70 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd...

Luctor et emergo
02dec

Luctor et emergo

Luctor et Emergo. Zo sloot mijn lieftallig bestuurslid van de JFAS, Doris Buijs, haar kritische advies aan het corps vorig jaar af. De...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen