Nota Bene online

Bestuursinterview: Penningmeester bij JFAS - Britt van der Klink

Het is vrijdagochtend 12 april als ik na een werkgroep Fundamentele Rechten de JFAS-kamer inloop. Eigenlijk kom ik een fotocamera ophalen waarmee ik vanmiddag, voor de Grafische Commissie, het JFAS-kantoorbezoek bij Labré Advocaten in Amsterdam-Zuid moet vastleggen, maar bij binnenkomst zie ik dat de Penningmeester van het 108e bestuur van JFAS, Britt van der Klink, kamerdienst heeft. Top, denk ik. Voor de Nota Bene moest ik Britt namelijk nog interviewen, maar een datum was nog niet vastgelegd. Britt denkt hetzelfde, en stelt voor om het interview direct te doen. De kamer heeft namelijk nieuwe computers die blijkbaar net als wij aan weekend toe zijn, want opstarten willen ze niet. Hét moment voor een goed interview dus. Koffie, laptop open en de microfoon aan. Let’s start.

Ik vraag Britt hoe ze haar eigen functie, penningmeester, zou omschrijven.

 “Je begint het jaar met inventariseren bij alle andere bestuursleden wat ze het komende jaar van plan zijn, en dan bepaal ik uiteindelijk het financiële beleid. Ik maak dus een begroting voor ons bestuursjaar. Daarna is het eigenlijk het hele jaar het bewaken van de begroting een daar uitvoering aan geven.”

Doris (Commissaris Media) komt ondertussen gehaast de verenigingskamer binnen. Ze heeft de camera in haar hand die ik vanmiddag nodig heb. ‘Heb je haast?’ vraagt Britt lachend. ‘Ja, werkgroep zo,’ antwoordt ze. Na een kort praatje, legt ze de camera op tafel en gaat snel op weg naar haar werkgroep. Britt vervolgt: “Tja, nu ben ik m’n verhaal kwijt,” lacht ze. Ik vraag mezelf af of Britt haar functie alleen uitvoert.

“Ja, ik doe dat voornamelijk alleen. De andere bestuursleden willen natuurlijk wat van je, want iedereen heeft geld nodig. Ik ga met hun zitten en bespreek dan wat het beste is om te doen, maar uiteindelijk bepaal ik hoe veel geld er naar wie gaat en ben ik dan ook degene die dat vervolgens moet bewaken.

We hebben nu sinds kort wel een hervormingscommissie, waar ik naartoe kan gaan als ik vragen heb over bijvoorbeeld btw en andere administratieve verplichtingen. Verder is er nog een kascontrolecommissie. Daar werk ik niet zo zeer mee samen, maar zij controleren mij. Daar zit ik eens in de zoveel tijd mee aan tafel.”

“Wel een verantwoordelijke taak,” bedenk ik me hardop.

“Klopt, maar dat is denk ik ook de uitdaging. Ik vond dat wel erg spannend in het begin, want eigenlijk zijn we allemaal maar juristen en hebben de meeste van ons maar weinig met cijfertjes van doen. Dat is waarom we rechten hebben gekozen” Ik knik bevestigend.

“Deze functie is dus wat dat betreft erg uitdagend. Het ligt zó buiten je comfortzone en dat maakt het voor wij wel heel erg leuk.”

Ik vraag Britt of dat dan ook de voornaamste reden is om te kiezen voor het penningmeesterschap. Ze knikt bevestigend. “Ik ben er wel erg in geïnteresseerd en ik vind het leuk om nieuwe dingen te leren. Ik zou graag het ondernemingsrecht in willen of iets in die richting. Van mijn functie leer ik enorm veel wat ik later kan gebruiken als ik daadwerkelijk iets in die tak van sport ga doen. Je doet dus wel veel ervaring op.” Dat weten de recruiters ook, dus ik vraag of ze al veel connecties opgedaan heeft.

Er verschijnen pretoogjes bij Britt. “Ja, maar ik moet zeggen, dat het echt los staat van het penningmeesterschap, want dat is denk ik gelinkt aan het feit dat je een bestuursjaar doet. Je leert daar zó veel van: samenwerken, overleggen, maar ook discussies aangaan. Ik weet wel dat we er op het begin van het jaar allemaal met gestrekt been ingingen. Best wel heftig. Daarvan heb ik wel geleerd: niet overal meteen vol bovenop te zitten, maar voor jezelf afwegen wat je belangrijker vindt dan het andere.” Concessies maken dus, zeg ik. “Juist, precies. Én samenwerken. Ik denk dat dat het is wat een bestuursjaar zo aantrekkelijk maakt bij recruiters. Het is niet per se gelinkt aan een functie, het is niet per se gelinkt aan mijn functie, maar het is echt wat je leert in zo’n bestuursjaar. Ik heb wel echt leren netwerken dit jaar, want je komt veel in contact met grote bedrijven. Dat is ook na je bestuursjaar een vaardigheid waar je veel aan hebt.

Ik knik begrijpend en vraag vervolgens wat nog meer een belangrijke reden is geweest om te kiezen voor een bestuursjaar.

“Ik had mijn bachelor afgerond, maar had geen idee wat echt bij me paste. De studie is leuk, maar je leert bar weinig van de praktijk. Ik heb dan wel een aantal kantoorbezoeken gedaan, maar wist echt niet welke kant ik op wilde: de Zuidas? Een kleiner boutique-kantoor? In dit bestuursjaar heb ik een veel beter beeld gekregen van wat ik wil, dat komt omdat je van de advocatenkantoren echt een kijkje in de keuken krijgt. Dat was voor mij een belangrijke reden en ik moet zeggen dat het me daarin wel echt geholpen heeft. Ik weet nu wel wat ik leuk vind.

Wat dan? “Ik zou graag het ondernemingsrecht in willen: het interventierecht, corporate litigation, die kant op.” Bij een groot kantoor? Britt twijfelt. “Daar ben ik nog niet helemaal over uit. Ik denk dat zo’n megakantoor niet echt iets voor mij is, maar ik heb wel gemerkt dat ik me thuis voel op de Zuidas. “Maar,” vraag ik sceptisch, “op die megakantoren zitten toch juist op de Zuidas?” “Je hebt daar inderdaad wel veel megakantoren, maar er zit veel verschil in. Tuurlijk zul je weinig boutique-kantoren op de Zuidas vinden, maar je hebt wel verschillen tussen de grotere kantoren als een De Brauw (Blackstone Westbroek, red.) of een iets kleinschaliger kantoor.

Ik vraag Britt of ze stiekem al een stage heeft weten te scoren. Ze lacht. “Nog niet vastgelegd. Wel heb ik al een aanbodgesprek gehad, dus dat komt wel goed,” vervolgt ze met pretoogjes. Ik knik, “dat denk ik dan ook wel.”

Omdat ik weet dat een bestuursjaar een druk en energiek jaar is, ben ik benieuwd hoe Britts week eruit ziet. “Mijn week,” herhaalt ze en ze denk even na. “Ik werk naast mijn bestuursjaar wel gewoon, want dat vond ik belangrijk en heb dat ook aangegeven. Dat kan met mijn functie ook prima, omdat mijn taak niet tijdgebonden is. Maar goed, om terug te komen op je vraag: maandagochtend heb ik bestuursvergadering, waarna ik meestal een paar uur ‘hersendood’ ben,” lacht ze. “Je bent in die vergadering namelijk heel intensief bezig, dus ik moet eerlijk zeggen dat ik daar wel van moet bijkomen altijd.” Ik knik ondertussen begrijpend. “Verder werk ik twee dagen in de week en heb ik twee keer per week kamerdienst hier, waarin ik ook wel voor mezelf kan werken.” Ik vraag Britt welke tijdstippen van de week ze invult met haar taken van het penningmeesterschap. “Ik heb niet echt een vast weekrooster daarvoor,” antwoordt ze. “Dat komt omdat er bijvoorbeeld geen commissies onder het penningmeesterschap vallen, de hervormingscommissie daargelaten. Ik kan dus zelf inplannen wanneer ik wat doe.” “Dat is veel vrijheid,” merk ik op, “kun je goed met die vrijheid omgaan?” “Ja, dat vind ik juist heel fijn, ik plan graag zelf mijn eigen tijd in,” antwoordt ze vrolijk.

“Het penningmeesterschap draagt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee, klopt dat?” “Zeker weten.” Britt is stellig: “In ben eindverantwoordelijk voor al het geld wat er in en uit JFAS gaat. Ik word in dit bestuur soms bestempeld als ‘streng’, dat vind ik zelf wel meevallen. “Op welke manier vinden ze je streng?” ben ik benieuwd. “Op het gebied van geld uitgeven. Ik neem die verantwoordelijkheid enorm op me, maar ik denk zelf dat dat een goede eigenschap is.”

Verder ben ik benieuwd of Britt naast haar bestuursjaar nog tijd heeft voor een sociaal leven. Britt lacht. “Het veranderde dit jaar natuurlijk wel: er komen zes nieuwe mensen (de bestuursleden, red.) bij in je kring.” “Jullie hebben wel een hechte band, neem ik aan?” “Ja, gelukkig wel,” zegt ze, “maar, je weet aan het begin natuurlijk niet met wie je in het bestuur komt. Gelukkig klikte het bij ons erg goed, maar dat had natuurlijk ook anders kunnen zijn. Je hebt vooraf geen idee.” Britt vervolgt haar antwoord: “Je sociale leven verandert natuurlijk wel. De bestuursleden nemen heel veel van je tijd in beslag, dat vind ik ook heel leuk, maar het gaat wel ten koste van de vrienden die je eerst had. Dat wil niet zeggen dat je je oude vrienden moet vergeten, zeker niet, maar dat ligt aan jezelf. In het begin was het wel lastig, omdat je vriendinnen eigenlijk geen idee hebben wat je nou eigenlijk aan het doen bent, maar ik heb ze toen meegenomen naar de CoBo (Constitutieborrel, red.) en dan zijn ze eigenlijk wel heel erg trots. Je sociale leven verandert dus, maar niet per se negatief.”

Ik denk na over wat ik nog wil vragen, uiteindelijk ben ik nog benieuwd naar wat Britt nadelen aan haar functie vindt. Ook Britt moet even denken, en ik geef als voorbeeld dat ze een enorme verantwoordelijkheid voor JFAS heeft, en vraag of ze dat opvat als een nadeel of juist als een voordeel. “Nou, beide,” antwoordt ze, “ik vind het ergens heel erg mooi dat ik een grote verantwoordelijkheid heb. Als het goed gaat geeft het een enorme voldoening. Een nadeel is dat iedereen natuurlijk wat van je wil, en wil zijn of haar eigen plan doorzetten. Wat ik lastig vind is dan hard op te treden en zeggen ‘nee, sorry, het gaat niet lukken’. Je moet soms hard zijn en een ‘nee’ durven te verkopen, dat is soms minder leuk.”

Britt noemt zelf nog een ander voordeel van haar functie: “Ik ben van mezelf een enorm emotioneel persoon, maar ik denk dat ik dit jaar een stuk professioneler ben geworden en heel goed heb geleerd het zakelijke van het persoonlijke te scheiden. Dat had ik vorig jaar een stuk lastiger gevonden en je hebt daar de rest van je leven zó ongelofelijk veel aan.” “Mooi gezegd,” denk ik hardop, “dat komt zeker terug in het interview,” zeg ik lachend.

 

“De laatste vraag,” zeg ik, “als je een jaar terug in de tijd mocht, had je dan nog een keer gekozen voor het penningmeesterschap en überhaupt een bestuursjaar?” Britt denkt na en lacht hardop. “Hmm, ja, hele goede vraag. Ik weet nu natuurlijk wat ik weet over het doen van een bestuursjaar en ik zou het nóóit nog een jaar willen doen.” “Maar,” vervolgt ze, “een jaar geleden zou ik het zéker nog een keer doen. Ik ben heel dankbaar voor wat ik in dit jaar heb geleerd.” “Zou je het aanraden?” Britt lacht en sluit stellig af: “100 procent.”


Een duivels dillemma in Rwanda
26apr

Een duivels dillemma in Rwanda

In Rwanda is afgelopen weekend de genocide uit 1994 herdacht. In een tijdsbestek van slechts 100 dagen werden daar bijna één miljoen...

Bestuursinterview: Commissaris Intern bij JFAS - Audrey Hendrix
17apr

Bestuursinterview: Commissaris Intern bij JFAS - Audrey Hendrix

Laten we bij het begin beginnen. Hoe ben je op het lumineuze idee gekomen om lid te worden van JFAS? “Ik ben in 2016 begonnen met...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen