Nota Bene online

Dure rechtspraak:

Dure rechtspraak: de overheidsrechter voorbij?

Het inschakelen van een advocaat, verschijnen op zitting, het afwachten van een uitspraak en eventueel in hoger beroep gaan; bij procederen komt veel kijken, om het over de slapeloze nachten nog maar niet te hebben. Om je gelijk te krijgen moet je soms lang touwtrekken, uiteindelijk allemaal voor de goede zaak. Maar wat nu als je gelijk krijgen duurder is dan de waarde van je gelijk? Steeds vaker komt het voor dat griffierechten dermate hoog zijn dat deze niet meer in verhouding staan tot de hoogte van de vordering. Dat werkt vooral in het civiele recht alternatieve vormen van rechtsspraak in de hand. Vandaag wil ik graag stil staan bij een van deze ‘nieuwe’ vormen van rechtsspraak: de digitale rechter. Doet straks de digitale rechter het werk van de overheidsrechter?

Kosten van overheidsrechtspraak
De hoogte van griffierechten[1] staat al lange tijd ter discussie. In civiele zaken bij de rechtsbank (dus niet-kanton), betaalt zowel de eiser of verzoeker als de gedaagde of verweerder griffierecht.[2] Bij de sector kanton hoeft de partij die zich verdedigt geen griffierechten te betalen. [3]

Het is moeilijk om een algemeen beeld te krijgen van wat het aanhangig maken van een proces kost. Dat algemene beeld lijkt er niet te zijn; bedragen lopen zo ver uit elkaar dat de kosten voor rechtsspraak voor iedereen anders zijn. Wie als natuurlijk persoon een vordering instelt bij de kantonrechter kan voor 79 euro zijn of haar proces op de rol laten zetten, maar wie in de gedaante van een BV procedeert over een vordering van meer dan een ton betaalt bijna vierduizend euro. Hieronder een greep met voorbeelden van verschillende soorten processen.[4]

 

 

Niet-natuurlijke personen

Natuurlijke personen

Onvermogenden

Zaken met beloop van minder dan €100.000,-

€ 1.950,-

€ 895,-

€79,-

Zaken met een beloop van meer dan €100.000,-

€3.946,-

€1.565,-

€79,-

Zaken van onbepaalde waarde*

€626,-

€291,-

€79,-

Kantonzaken met onbepaalde waarde of niet meer dan €500,-

€119,-

€79,-

€79,-

Kantonzaken met een waarde tussen €500 - €1.250,-

€476,-

€226,-

€79,-

*Daaronder valt ook het verzoekschrift van een conservatoir beslag.

 

De gevolgen van griffierechten
Onze rechtsstaat is kostbaar en waardevol, maar ook zeker niet goedkoop. Volgens de Rijksbegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid kost rechtspleging en rechtsbijstand bijna anderhalf miljard euro, terwijl deze post aan de andere kant van de balans nog geen driehonderd miljoen euro opbrengt.[5] Griffieopbrengsten zijn een deel van deze post. Hoewel het moeilijk direct in de Memorie van Toelichting bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken blijk, is absoluut de veronderstelling dat griffierechter een rem opwerpen voor de gang naar de civiele rechter, om zo de druk op (dure) rechtsspraak te verminderen. Volgens het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, is de afgelopen jaren de druk op de burgerlijke rechter enorm afgenomen: het aantal bodemzaken voor de burgerlijke rechter neemt duidelijk een dalenede trend aan. Alleen bij de Hoge Raad komen de laatste jaren iets meer verzoekschriften binnen dan voorheen.[6]  Wat de reden is van de dalende gang naar de rechter is nog niet onderzocht door het WODC, toch kan ik het niet laten om het bijna te logische verband met de opkomst van digitale rechtsspraak hier te maken, zoals anderen reeds in het verleden hebben gemaakt.[7]

De digitale rechter
Wat ik duidelijk heb geprobeerd te maken, is dat rechtsspraak duur is en dat daarmee de kosten voor het aanhangig maken van een geschil bij de burgerlijke rechter ook veel geld kan kosten. Het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering laat duidelijk opties open je geschil op een andere manier te beslechten dan bij de burgerlijke overheidsrechter.[8]

Laten we even de volgende casus nemen: A heeft een betalingsachterstand van 4 maanden bij energiemaatschappij B. A betaalt de kosten van 650 euro achterstand niet aan B. B wil graag een proces aanhangig maken bij de kantonrechter zodat B beslag kan leggen op (een deel van) de rekening en/of spullen. B moet echter in dat geval €476,-  betalen om een proces bij de kantonrechter op de rol te krijgen. Dat is een risico voor B, omdat de waarde van zijn vordering bijna even hoog is als het aanhangig maken van een proces, om dan maar over de bijstand in rechte nog niet te spreken (in de vorm van bijvoorbeeld een raadsman of een juridisch medewerker op de afdeling van B). B wil toch zijn geld zien, maar niet tegen iedere prijs en gaat naar ‘e-court’. E-court is een in 2009 opgerichte stichting die privaat rechtspreekt. Middels arbitrage en bindende adviezen kunnen private partijen hun geschil voor e-court brengen. Daarmee zijn vooral niet-natuurlijke personen voordeliger uit dan bij de overheidsrechter (gemiddeld €80,-). Volgend de site van e-court kijkt dan een onafhankelijke (digitale) rechter naar het geschil en neemt zodoende een beslissing die alleen nog maar bij een gerecht ‘een grosse’ moet bekomen, wat in de praktijk een stempel voor formaliteit is. In de praktijk blijkt vooral voor de incassogeschillen (bijvoorbeeld het geschil tussen A en B) volgens e-court geschikt voor een beslissing bij de digitale rechter. [9]

De digitale rechter tegen het licht
Digitale rechtsspraak lijkt een mooi middel om de druk op de burgerlijke rechter te beperken en voor partijen een mooie manier om kosten te bespraken. Het lijkt zodoende precies op wat de wetgever en de rechtsspraak zelf bedoelen met alternatieve vormen van geschilbeslechting. Toch is de vraag of dat waar is. In het programma Nieuwsuur werd op 17 januari een reportage laten zien over de werkwijze van e-court en het ontstaan van digitale rechtsspraak. Daar kwam ook Ruth de Bock aan de buurt, onze eigen hoogleraar bijzonder privaatrecht en tevens Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad. Zij maakte zich zorgen over de vonnissen van e-court, omdat partijen (meestal de natuurlijke persoon) niet weten dat het mogelijk is dat hun geschil aan een digitale rechter wordt voorgelegd; partijen niet weten wie de arbiters zijn; en omdat het hele proces digitaal verloopt en er bijna geen zittingen worden gehouden.[10] Frits Bakker, de voorzitter van de Raad voor de Rechtsspraak, onderschreef de stelling van de Bock en zei daarbij dat hij vanwege de geringe transpiratie bang is voor de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de digitale E-court rechter. De kantongerechten heeft een tijdje geleden laten weten dat zij het met de Bock en Bakker eens is: in april werd duidelijk dat de kantonrechter in Amsterdam geen zaken meer van E-court in behandeling zou nemen. Aanvankelijk leek alleen de rechter in Almelo de vonnissen van E-court marginaal te toetsen,[11] maar in een vonnis van begin juni heeft rechtbank Almelo twee vonnissen van E-court naar de prullenbak verwijzen omdat volgens de rechtbank uit het vonnis van E-court niet bleek dat de arbiter onpartijdig en onafhankelijk was.[12]

            Er is in hoogste instantie nog niet een oordeel gegeven over de legaliteit van het bestaan en de werkwijze van E-court. De hoge Raad zegt dat te willen doen, maar heeft naar eigen zeggen geen casus van de Raad voor de Rechtsspraak gekregen daarvoor[13]. E-court geeft in bijna alle berichten weinig tot geen commentaar de actualiteit, maar zegt voorstander te zijn van het toetsen van een vonnis door het Hof van Justitie van de Europese Unie.[14]

De overheidsrechter voorbij?
De vraag is wat mij betreft of de tekortkomingen die nu spelen binnen e-court te maken hebben met het bestaan van digitale rechtsspraak, of met het feit dat digitale rechtsspraak nog in de kinderschoenen staat en zich een weg zoekt in de enorme markt van geschillenbeslechting en de concurrentiepositie met overheidsrechtsspraak. Rinus van Etten, gerechtsdeurwaarder van de GGN zegt in een verklaring dat hij denkt dat E-court de toekomst heeft, in ieder geval voor incassogeschillen.[15] Incassogeschillen zijn relatief (juridisch gezien) eenvoudige geschillen en lenen zich volgens van Etten uitstekend voor een goedkopere en efficientere manier van rechtsspraak, die in er ook nog eens voor zou kunnen zorgen dat de druk op kantonrechters of civiele rechters in het algemeen afneemt.

Concluderend wil ik me bij van Etten aansluiten. Het klopt dat er veel onzekerheid is omtrent digitale geschilbeslechting en het klopt ook dat er fouten worden gemaakt in deze procedures. Die fouten komen naar mijn mening niet door het bestaan van digitale rechtsspraak, maar het ontbreken van een duidelijk wettelijk kader dat is ingericht op vormen van nieuwe rechtsspraak waarbij het logisch is dat partijen hun geschil zo goedkoop mogelijk op willen lossen. Tot die tijd is het wellicht een goed idee om voor incassogeschillen helemaal geen griffierecht te vragen.

Een duidelijk wettelijk kader betekent wat mij betreft nog niet dat de digitale rechter alle geschillen kan en zou moeten beslechten. Het vaststellen van een betalingsachterstand bij een energiemaatschappij is van andere aard dan de ontbinding van een huurovereenkomst die misschien tot gevolg heeft dat een huurder zijn huis moet verlaten. De belangenafweging, die nauw verboden is aan hetgeen rechtmatig is, is denk ik van die orde dat de maatschappij nooit zal accepteren dat een menselijke, onafhankelijke rechter daarover beslist. Dat bekent dat er nooit een einde zal komen aan overheidsrechtsspraak.

 

 

[1] Aangezien strafzaken vrij zijn van griffierechten en omdat het bestuursrecht op een dergelijke manier anders van aard is dat alternatieve vormen van geschillenbeslechting daar niet echt voorkomen, houd ik me in deze bespreking bij de kosten voor een proces bij de privaatrechtelijke rechter.

[2] Art. 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken

[3] Art. 5 lid 2 Wet griffierechten burgerlijke zaken

[4] www.rechtsspraak.nl

[5] Kamerstukken II 2016/17, 34 550 VI, p. 5-6

[6] WOCD Factsheet 2018-1, Civiele Rechtsspraak, p. 1- 17

[7] Neem bijvoorbeeld Ruth de Bock in de uitzending van Nieuwsuur van 17 januari 2018.

[8] De belangrijkste zijn wellicht arbitrage (art. 1020 Rv ev.) en bindend advies (art. 7:900 BW)

[9] www.ecourt.nl/over-ons/

[10] Ruth de Bock, uitzending Nieuwsuur 17 januari 2018

[11] Han Kock, Trouw, Digitale geschillendienst e-court zit zonder geschillen, 24 april 2018

[12] Bendert Zevenbergen, Advocatenblad, ‘Rechter verwijst ‘spookzaak’ e-court naar de prullenbak’, 18 juni 2018

[13] Han Kock, Trouw, Digitale geschillendienst e-court zit zonder geschillen, 24 april 2018

[14] Idem

[15] Rinus van Etten, uitzending Nieuwsuur, 17 januari 2018


Wie volgt Angela Merkel op als partijleider van CDU?
28nov

Wie volgt Angela Merkel op als partijleider van CDU?

WIE VOLGT ANGELA MERKEL OP ALS PARTIJVOORZITTER VAN DE CDU? Angela Merkel is al dertien jaar bondskanselier van Duitsland. Drie weken...

Room for Discussion: Jordan Peterson
09nov

Room for Discussion: Jordan Peterson

Het kan je moeilijk zijn ontgaan: Jordan Peterson was afgelopen week aanwezig bij Room for Discussion. De Canadese psycholoog,...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen