Nota Bene online

Een duivels dillemma in Rwanda

In Rwanda is afgelopen weekend de genocide uit 1994 herdacht. In een tijdsbestek van slechts 100 dagen werden daar bijna één miljoen mensen vermoord. 25 jaar na dato zijn er nog veel vragen: wat gebeurde er precies in het kleine Oost-Afrikaanse land, waarom greep de internationale gemeenschap niet in en op welke wijze heeft Rwanda zich aan haar verleden kunnen onttrekken?

 

De gebeurtenissen

Rwanda wordt bevolkt door twee volkeren: de Hutu’s en de Tutsi’s. De Hutu’s zijn van oudsher een meerderheid en vormen zo’n 85% van de Rwandese bevolking. De Tutsi’s zijn een traditionele minderheid en maken ongeveer 15% uit van de bevolking. De gespannen verhoudingen tussen deze twee groepen zijn voornamelijk een erfenis uit het koloniale verleden (Rwanda was achtereenvolgens een Duitse en Belgische kolonie) waarin etnische tegenstellingen werden aangewakkerd en de Tutsi-minderheid sterk werd bevoordeeld. De eerste Europese kolonisten veronderstelden dat de Tutsi's afstamden van Ethiopiërs en daarom nauwer verwant waren aan blanke westerlingen. De missionarissen en kolonisten vonden daarin een reden hen een hogere intelligentie, cultuur en een aangeboren talent voor leiderschap toe te schrijven in vergelijking met de Hutu's, die onder het negroïde ras werden geclassificeerd.

Op grond hiervan moesten Tutsi’s voortaan met aanvullende studieprogramma's opgeleid worden voor lagere leidinggevende en assisterende taken, terwijl de Hutu's, voorbestemd voor fysieke arbeid, daarvan werden uitgesloten. Personen of gezinnen met meer dan tien stuks vee werden daarnaast door de Europeanen onder de Tutsi's ingedeeld, daaronder maakte van iemand een Hutu. Door deze indeling werd de nieuwe Tutsi-klasse vooral gevuld met diegenen die zich tot dat moment hadden weten te verrijken aan het systeem. De term Tutsi werd daarmee synoniem voor overheersing en onderdrukking en de term Hutu voor het vallen van de sociale en politieke ladders naar een inferieure status. Door het uiteenvallen van traditionele familie- en clanverbanden en het creëren van nieuwe sociale klassen zouden ook nieuwe vormen van loyaliteit ontwikkelen die hun neerslag vonden in de Hutu-beweging.

Deze in toenemende mate ongelijke verdeling van onder meer macht, status en welvaart gedurende een sterke bevolkingsgroei vormde in de decennia daarna de basis voor een pro-Hutu/anti-Tutsi-ideologie die in 1957 werd vastgelegd in een Hutu-manifest. Deze ideologie werd vanaf dat moment gangbaar onder Hutu-politici, die startten met het oproepen tot uitroeiing van de Tutsi’s, en wijd verspreid via propaganda op radio en de krant. De spanning tussen de bevolkingsgroepen liep op en in april 1994 barstte de bom toen door onbekenden het vliegtuig van de Rwandese Hutu-president werd neergeschoten. Hierbij overleed de president en Tutsi’s kregen de schuld. Het bleek het startsein voor een goed voorbereide en georganiseerde genocide. Extremistische Hutu’s vermoordden diezelfde dag alle toenmalige regeringsleden en gebruikten het daaropvolgende machtsvacuüm om een eigen, extremistische Hutu-regering te vormen. In de daaropvolgende maanden werden honderdduizenden Tutsi’s en gematigde Hutu’s door regeringstroepen en milities vermoord. De genocide stopte toen een rebellenleger onder leiding van Paul Kagame, de huidige Rwandese Tutsi-president, het land binnenviel en een einde maakte aan het geweld.

 

Internationale reactie

De reactie van de internationale gemeenschap en in het bijzonder de Verenigde Naties (of eigenlijk meer het gebrek daaraan) op de gebeurtenissen in Rwanda leidden tot veel kritiek. Het vormt een belangrijk breekpunt in hoe tegen het optreden van internationale organisaties in de vorm van bijvoorbeeld vredesmissies en humanitaire hulp wordt aangekeken.

Uit onderzoek en getuigenissen blijkt namelijk dat veel westerse landen ver van tevoren op de hoogte waren van de voorbereidingen op genocide en in sommige gevallen zelfs militaire of politieke steun verleenden aan extremistische milities of regeringstroepen.[1] Een van die landen is Frankrijk dat al geruime tijd het Rwandese regime steunde. In de periode van 1990 tot en met 1994 bestond deze steun onder meer uit politieke steun, grootschalige leveringen van wapens en munitie en militaire training aan het regeringsleger van Rwanda en lokale milities. Zélfs toen voorbereidingen voor genocide duidelijk werden uit onder meer alarmerende rapporten van de VN en westerse inlichtingendiensten.[2] Ook toen naar aanleiding van de genocide in 1994 een wapenembargo door de internationale gemeenschap werd afgekondigd ging Frankrijk door met het leveren van wapens en munitie aan Rwanda.[3] Ook hebben de aanwezige Franse troepen na het starten van de gewelddadigheden enkel Franse burgers geëvacueerd en de Rwandese burgers niet beschermd.[4] Na afloop hebben Franse troepen tot slot kopstukken van het Rwandese regime en extremistische milities, die verantwoordelijk zijn voor de genocide, helpen vluchten over grens. De kwalijke Franse rol in Rwanda is al aan bod gekomen in verschillende onderzoeken en oorzaak van de slechte diplomatieke verhoudingen tussen de twee landen. De huidige Franse president Macron heeft recent een nieuw onderzoek naar de Franse rol in de Rwandese genocide aangekondigd.

België, dat als voormalig kolonisator van Rwanda nog veel politieke en economische banden had met Rwanda, was door onder meer Belgische inlichtingendiensten op de hoogte gesteld van voorbereidingen voor genocide maar niet in staat tijdig te reageren. België heeft verschillende malen de Verenigde Naties gewaarschuwd en verzocht meer (vredes)troepen te sturen om in te kunnen grijpen. Helaas is hier niet adequaat op gereageerd. De aanwezige vredesmacht (UNAMIR) van de Verenigde Naties, die voor een groot deel uit Belgische troepen bestond, was dan ook klein in aantal, licht bewapend en slechts voorzien van een zeer beperkt mandaat toen het geweld losbarstte. Zij waren niet in staat Rwandese burgers te beschermen en mochten wegens hun beperkte mandaat niet optreden tegen de moorddadige milities.[5] Na het sneuvelen van enkele Belgische militairen werd, op het hoogtepunt van de gewelddadigheden, besloten tot terugtrekking van de Belgische troepen en daarmee het grootste deel van de aanwezige VN-macht. Zo’n 2500 tot 3000(!) vredestroepen verlieten Rwanda. Een versterkte vredesmacht van de VN zou daarna pas na enkele maanden van geweld weer arriveren in Rwanda. Dit leidde daarna tot zeer veel kritiek op het gebrek aan daadkrachtig optreden van de VN. Een door de Secretaris-Generaal van de VN, Kofi Annan, ingesteld onderzoek oordeelde vernietigend over het handelen van de VN en stelde dat het Rwandese volk een excuses verschuldigd was.[6]

Het falen van de internationale gemeenschap en internationaal recht in het voorkomen van de genocide kent kortweg verschillende politieke en juridische oorzaken. Zo omzeilde Frankrijk het dor de VN-veiligheidsraad in resolutie 918 afgekondigde wapenembargo, waartegen niet is opgetreden, kende de aanwezige VN-vredesmacht UNAMIR een veel te beperkt mandaat en is niet adequaat gereageerd op de talloze meldingen van grootschalige mensenrechtenschendingen in Rwanda. Het kwalijke optreden van onder meer Frankrijk en het gebrek aan daadkrachtig optreden van de Verenigde Naties hebben er voor gezorgd dat de Rwandese genocide niet is voorkomen, waar dit zeer goed mogelijk zou zijn geweest. Het tegengestelde lijkt zelfs het geval te zijn geweest: het optreden van landen als Frankrijk en de internationale gemeenschap als geheel heeft waarschijnlijk juist bijgedragen aan de intensiteit van het geweld en het aantal burgerslachtoffers. Vandaag de dag is het vooral een pijnlijke herinnering aan het falen van internationaal recht en de internationale gemeenschap.

 

Het moderne Rwanda: een duivels dilemma?

Na de genocide stond Rwanda er zeer slecht voor met een economie in het slop, twee bevolkingsgroepen die elkaar naar het leven staan en een enorm aantal burgerslachtoffers en vluchtelingen onder de beroepsbevolking. Hoe gaat het land om met haar verleden en belangrijker, hoe probeert zij hiervan te herstellen? Na het land veroverd te hebben op het genocidale regime vestigde voormalig rebellenleider, Paul Kagame, in 1994 met ijzeren hand zijn regime. Nu, 25 jaar later is hij nog steeds president. Het moderne Rwanda is de facto een eenpartijstaat onder het autocratisch bewind van Kagame en zijn vertrouwelingen waar vrije pers of de vrijheid van meningsuiting niet of nauwelijks bestaan. Hiertegenover staat dat het land jaar na jaar economische groeicijfers van zeven procent aantikt, een van de laagste criminaliteit- en corruptiegehaltes van Afrika kent, wereldwijd voorloopt op het gebied van duurzaamheid en voor Afrikaanse begrippen progressief is op het gebied van vrouwelijke emancipatie en LHBT-rechten. Het lijkt in Rwanda een keuze tussen economische groei en politieke stabiliteit enerzijds en begrippen als democratie en rechtstaat anderzijds.

Twee kenmerken van de Rwandese omgang met haar verleden zijn dorpsrechtbanken en zogeheten verzoeningssessies. Enkele jaren na de genocide besloot de VN tot het oprichten van een Rwanda-tribunaal om hoofdverantwoordelijken voor de genocide te berechten. Toch leefde het tribunaal niet in Rwanda. Het bevond zich ver weg, bevatte geen Rwandezen en uiteindelijk werden hier slechts 73 mensen veroordeeld. In Rwanda puilden de gevangenissen uit met (tien)duizenden daders van de genocide. Het berechten van deze mensen was praktisch onmogelijk nu nagenoeg alle rechters en advocaten waren omgekomen. Toen duidelijk werd dat de resterende rechtbanken het aantal gevangenen niet aankon en het permanent opsluiten van zoveel mensen geen oplossing is besloot het Rwandese regime tot het vrijlaten van daders en oprichten van zogeheten dorpsrechtbanken (Inkiko Gacaca). In deze dorpsrechtbanken (doorgaans met aanwezigheidsplicht) werden verdachten door hun dorpsgenoten berecht. In tien jaar tijd zijn in totaal zo’n miljoen mensen op deze wijze veroordeeld tot doorgaans een gevangenisstraf of werkstraf. De vele veroordeelden zijn deels verantwoordelijk voor de snelle wederopbouw van Rwanda nu zij op grote schaal zijn ingezet als arbeider in de bouw of agrarische sector. Voorts wordt er door de Rwandese regering en NGO’s vol ingezet op verzoening. In speciale verzoeningsgroepen worden slachtoffers en daders van de genocide verplicht onder begeleiding met elkaar te spreken over het verleden en samen gemeenschapswerk te verrichten. Het lijkt te werken: Rwanda kent sinds de eeuwwisseling een hoge mate van stabiliteit en geraakt zelfs in trek als toeristische bestemming.

Toch krijg het land veel kritiek. Mensenrechtenorganisaties beschuldigen het regime van mensenrechtenschendingen in conflicten tussen Rwanda en haar buurlanden. Ook zou het regime kritiek onder het mom van ‘alles beter dan eerst’, die ziet op het gebrek aan democratie en vrije pers, onder het tapijt schuiven. Het lijkt dan ook een duivels dilemma in Rwanda: moet het autocratische regime dat al bijna een kwart eeuw over het land regeert democratiseren en daarmee nieuwe sociale spanningen en instabiliteit riskeren? Of is de huidige rechtstatelijke situatie vanwege de stabiliteit en economische groei gerechtvaardigd?

 

 

[1] Carrol, Rory (1 April 2004). "US chose to ignore Rwandan genocide". London, The Guardian. Dallaire, Roméo (2005). Shake Hands with the Devil: The Failure of Humanity in Rwanda. London: Arrow Books.

[2] USHMM Genocide Fax: part 1, United States Holocaust Memorial Museum. Dallaire, Roméo (2005). Shake Hands with the Devil: The Failure of Humanity in Rwanda. London: Arrow Books.

[3] Human Rights Watch Rearming with Impunity. International Support for the Perpetrators of the Rwandan Genocide, Human Rights Watch Arms Project Vol. 7 nr 4 Mei 1995

[4] Prunier, Gérard (1999). The Rwanda Crisis: History of a Genocide (2nd ed.). Kampala: Fountain Publishers Limited.

[5] Dallaire, Roméo (2005). Shake Hands with the Devil: The Failure of Humanity in Rwanda. London: Arrow Books

[6] I. Carlsson et al (1999) p. 30


Brexit explained
10mei

Brexit explained

Van het kerstreces naar het paasreces. Deze twee hebben gemeen dat het Britse kabinet met vakantie gaat en ook dat beide plaatsvinden in...

Bestuursinterview: Penningmeester bij JFAS - Britt van der Klink
17apr

Bestuursinterview: Penningmeester bij JFAS - Britt van der Klink

Het is vrijdagochtend 12 april als ik na een werkgroep Fundamentele Rechten de JFAS-kamer inloop. Eigenlijk kom ik een fotocamera...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen