Nota Bene online

Fotograaf Eddo Hartmann op zoek naar het Noord-Koreaanse individu

Noord-Korea staat bekend als een gesloten land, actueel door de oplopende geopolitieke spanningen met de Verenigde Staten. Mensen en informatie kunnen het land niet zomaar in en uit. De Noord-Koreaanse overheid streeft ernaar elke beeltenis uitgebreid te controleren voordat deze het land verlaat. Het beeld dat bekend is van Noord-Korea is daarom voornamelijk beperkt tot socialistische propaganda: statige portretten van de leider, massa’s nette, gelukkige schoolkinderen die hem bewonderen, enorme parades en grootse militaire oefeningen. De vraag is echter hoe het leven van het Noord-Koreaanse individu eruitziet. In de tentoonstelling Setting the Stage/Pyongyang, North Korea, Part 2 in Huis Marseille, te Amsterdam, probeert de Nederlandse fotograaf Eddo Hartmann het individu in de stad uit te lichten en zijn betekenis binnen het collectieve karakter van Noord-Korea te duiden.

De tentoonstelling begint in een kleine, donkere ruimte met daarin een enkele foto in een lichtbak. Het gaat om een weergave van een etalage, waarbij de centrale etalagepop duidelijk wordt uitgelicht. Ze ziet er uit als een vredige, tevreden, Noord-Koreaanse vrouw in traditionele kleding. Geeft dit een indicatie van het soort beeld dat de fotograaf van de overheid aan de buitenwereld mag tonen?

Een ruimte verder is het hooggeplaatste lichtsculptuur van een hart het eerste wat de aandacht van de bezoeker trekt. Dit correspondeert met de foto daarnaast, waar hetzelfde orgaan op het centraal station van de stad is geplaatst samen met de tekst ‘Pyongyang, het hart van Noord-Korea’. Deze kamer verbeeldt de hoofdstad duidelijk als het hart van het land, zijn belangrijkste stad. Twee foto’s van flatgebouwen van de stad zijn te zien in vogelvluchtperspectief. Ze lijken zwart-wit, maar als aandachtig wordt gekeken blijkt dat dit de werkelijke kleuren zijn en dat smog de stad verduistert. De beschouwer wordt mogelijk geactiveerd om zorgvuldig te kijken om de werkelijkheid van een samengestelde foto te kunnen onderscheiden in een land waar propagandistische afbeeldingen de overhand hebben.

In de volgende ruimte wordt Pyongyangs propagandistische infrastructuur getoond. Het is interessant hoe de kleur van het socialisme steeds terugkomt in deze zaal. Zo heeft de witte ruimte een rode vloer, zijn er opvallende rode elementen in bijna alle veelal grijzige voorstellingen te zien en bevatten de witte tekstborden rode letters. De infrastructuur en de architectuur van het land werden ingezet om Juche, de Noord-Koreaanse ideologie van zelfredzaamheid, en de revolutionaire missie van het socialisme te verkondigen nadat de hoofdstad tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) bijna geheel verwoest werd. Triomfbogen met traditionele Noord-Koreaanse architectonische elementen, billboards met idealistische voorstellingen en grootse beeltenissen van de voormalige leiders Kim Il-sung en Kim Jong-il zijn hier voorbeelden van. Het beeld dat hiermee geschetst wordt is een gelukkige socialistische samenleving onder het machtige regime van de leider.

Tussen alle gebouwen wordt het individu slechts op twee foto’s in die ruimte getoond. Op een foto is een vrouw te zien in de traditionele Koreaanse Joseon Ot. Deze kleding wordt gedragen tijdens feestdagen en officiële gelegenheden. Naast haar staat een modelraket als onderdeel van een tentoonstelling over de drie revoluties in Korea. Dat de vrouw in die specifieke klederdracht op die locatie geplaatst is, impliceert het belang van het wapen en de trots op de revoluties. De andere foto toont een klein, onidentificeerbaar persoon in werkkleding naast het indrukwekkende gebouw van de elektronica-industrie. De suggestie wordt gewekt dat de persoon als anonieme dienaar van de maatschappij wordt verbeeld.  

De tentoonstelling wordt vervolgd in een zaal waar de modelstad Pyongyang als decor voor de inwoners centraal staat. Hartmann mocht slechts na goedkeuring van zijn Noord-Koreaanse gidsen fotograferen. De toestemming werd enkel gegeven indien de geportretteerde mensen er representatief uitzagen. Zo mocht hij een huisvrouw, een bewaker en een schietinstructeur in keurige (beroeps)kleding in een publieke ruimte fotograferen. Verder kreeg Hartmann de kans om enkele feilloze modelslaapkamers te fotograferen. Dit is een perfecte illustratie van de titel van de tentoonstelling ‘Setting the Stage’. De creatie van een volmaakt beeld staat centraal. Hierbij gaat het om het overbrengen van een voorstelling van een sterke socialistische natie naar de buitenwereld.

In de daaropvolgende ruimte is het donker. Twee video-installaties worden getoond, waarin diverse plaatsen in het centrum van Pyongyang te zien zijn. Daarbij klinken fragmenten van het partijprogramma, die werkelijk via luidsprekers in de stad worden uitgedragen. Ook een gedeelte van de klaagzang over het overleden staatshoofd Kim Il-sung, genaamd ‘Geliefde generaal, waar bent u?’, is te horen. Het beeld van het individu ontbreekt hier compleet. In plaats daarvan wordt door een combinatie van nagenoeg verlaten, donkere straatbeelden, melancholisch gezang en lange, vervreemdende elektronische tonen een enigszins desolate sfeer opgeroepen.

De laatste zaal toont enkele beelden van het metrostation van Pyongyang. Hartmann maakte tijdens het drukke spitsuur foto’s met een relatief lange sluitertijd. Individuen zijn vervormd geraakt en slechts een anonieme schim van hun aanwezigheid is nog zichtbaar. Daarnaast krijgt de bezoeker met een virtual-realitybril een levendig driehonderdzestig-gradenbeeld van een straat in de stad en een deel van het metrostelsel. Hiermee wordt de illusie gewekt dat men zich werkelijk in Noord-Korea bevindt.

Met de constante aanwezigheid van zijn gidsen en hun benodigde goedkeuring was Hartmann slechts in staat om nauwkeurig samengestelde voorstellingen van Pyongyang vast te leggen.  De gruwelijkheden van het regime zijn daarbij onzichtbaar. Toch biedt dit een interessante kijk op de gecontroleerde wereld van het individu in de collectivistische samenleving en het beeld dat Noord-Korea wil uitdragen naar de buitenwereld. De burger loopt rond in een stad die volledig in het teken staat van Juche en het socialisme. De architectuur, infrastructuur en zelfs luidsprekers dragen de boodschap van deze verwrongen socialistische ideologie uit. In Pyongyang staat het kleine, trotse, onwetende individu volledig in dienst van het grote, totalitaire collectief.

 


Bezetting P.C. Hoofthuis
12okt

Bezetting P.C. Hoofthuis

Vrijdag 28 september bezette een groep UvA-studenten die zichzelf Autonome Universiteit Postcolonial House (PCH) noemt het P.C....

Advies van een plebejer aan het corps
13jun

Advies van een plebejer aan het corps

Het studentencorps is een fenomeen dat al sinds het begin van de negentiende eeuw bestaat. Iedereen vindt er wat van en waarschijnlijk...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen