Nota Bene online

Hollands chauvinisme in de wereldpolitiek

De recente benoeming van Axel van Trotsenburg als managing director van de Wereldbank, is voor Nederland een opsteker na een teleurstellende periode op het gebied van internationale topfuncties. Binnen veel organisaties werden het afgelopen kwartaal namelijk machthebbers ingesteld met een andere nationaliteit. Zo ambitieus verliep de generale repetitie, met drie Nederlandse kanshebbers op prominente ambtsbekledingen, zo onbevredigend de uiteindelijke attributie van de hoofdrollen. Het script bleek gedicteerd door Frankrijk en Nederland zou op het moment suprême wederom genoegen moeten nemen met bijrollen. Aangezien het voor landen zeer gunstig is om hun burgers op goede posities binnen internationale organisaties te hebben, zal Kabinet-Rutte III hoogstwaarschijnlijk met overheersend sombere teneur terugblikken op de wisselingen der machten die plaatsvonden op het internationale toneel. Wat kunnen we doen om de realisatie van onze nationale belangen in de wereldpolitiek te bestendigen?

De voordelen van Nederlanders op internationale topfuncties zijn legio. Onder andere een versnelde en vergrote toestroom van informatie over interne zaken en beleidsplannen van internationale organisaties, de uitbreiding van lobbynetwerken en de eerdere betrokkenheid bij initiatieven, behoren tot de reeks aan voordelen.[1]  De voorzitter van de Europese Commissie, de functie die Timmermans ambieerde, heeft bijvoorbeeld de macht om de agenda van de Commissie te bepalen alsmede een groot deel van het wetgevingsproces van de Europese Unie. Bij structureel en constructief contact tussen de hypothetisch Nederlandse Commissievoorzitter en Nederland (noem een staatssecretaris van Europese Zaken) zouden wij beter kunnen inspelen op concrete veranderingen die binnen Europa worden postgevat, zonder ons af te scheiden middels een Nexit. Zo hoeven we niet te belanden in een soortgelijke impasse als de Britten, maar kunnen we alsnog tot op zekere hoogte ons nationale belang laten gelden.

Nederland kende deze zomer met Timmermans, Dijsselbloem en Rutte drie kopstukken die als felbegeerde kanshebbers golden. Respectievelijk voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Raad. Geen van allen wist de functie te bemachtigen. Rutte bleek uiteindelijk tóch geen internationale ambitie (meer) te hebben, terwijl Timmermans en Dijsselbloem daarentegen de politieke strijdbijl tot aan de warmste zomeravond nog niet hadden begraven. In de regel worden Nederlandse ministers eerder als voorspelbaar en consistent gezien, maar ditmaal lijkt juist de doortastendheid van onze politici ze de das om te hebben gedaan.[2] Met dezelfde verve als op het Songfestival, verenigden de Oost-Europese landen zich tegen Timmermans vanwege zijn harde opinie jegens het (dis)functioneren van de rechtsstaat in Polen en Hongarije. Dijsselbloem daarentegen werd vooral in Zuid-Europese landen als boeman afgeschilderd, omdat hij in zijn tijd als Eurogroep-voorzitter meerdere malen sterke kritiek heeft geuit op hun economische beleid.[3]

Toch bleek de Franse raison d’état voor de genadeklap te zorgen. Frankrijk fungeert de laatste jaren uitdrukkelijker als protagonist van het Europese continent en zorgt middels een doorwrochte buitenlandpolitiek voor een machtsconcentratie in internationale organisaties. Zo wilde Macron per se dat Manfred Weber, een Duitse officiële afgevaardigde van de Christendemocratische-partij, vanwege zijn gestelde onervarenheid en conservatieve instelling niet de voorzitter van de Commissie zou worden.[4] Om tot een compromis met Duitsland te komen droeg Frankrijk dan ook een andere Duitse aan als voorzitter van de commissie: Ursula von der Leyen. Deze Frans-Duits sprekende politica onderhoudt, waarschijnlijk niet bij toeval, goed contact met Macron.[5] Op deze manier heeft Frankrijk de goede relatie met de Commissie in de toekomst gewaarborgd en hebben ze er bovenal voor gezorgd dat Manfred Weber (en dus ook Frans Timmermans!) geen voorzitter is geworden. De afwijzing van Sylvie Goulard als lid van de Europese Commissie kan daarbij weliswaar gezien worden als een smetje op het Franse succes, maar voor Timmermans zal dat nieuws waarschijnlijk tot hem komen als mosterd na de maaltijd.

Ook Dijsselbloem lijkt de gevolgen van de lange arm van Macron hebben mogen ervaren. De Franse minister van financiën werd aangesteld als hoofdonderhandelaar inzake het vinden van een nieuwe IMF-voorzitter. De huidige EU-voorzitter (Finland) nam de taak namelijk niet op zich vanwege een Finse kandidaat voor de functie. De Franse minister was evident tegen Dijsselbloem vanwege zijn eerdere uitlatingen jegens Zuid-Europese landen, waardoor de weg voor de Bulgaarse Georgieva vrijgemaakt werd om het ambt van IMF-voorzitter te vervullen.[6] De Fransen hebben dus aangetoond een meester te zijn in het politieke spel. Wellicht is het voor Nederland tijd om een didactische tête-a-tête met de Fransen te organiseren? Van hen kunnen we leren hoe wij onze nationale belangen binnen een ‘ever closer union’ beter kunnen behartigen. Dit jaar was namelijk bij uitstek een mogelijkheid voor Nederland om meer macht te vergaren in de internationale wereldorde. Het wegvallen van Groot-Brittannië in de EU creëerde ruimte voor Nederland dat, hoewel klein en relatief ongevaarlijk, toch als één van de zes oprichters van de Europese Gemeenschap, alle kans had om een versterkte machtspositie binnen de EU te bemachtigen. 

Ongeacht het feit dat Rutte niet van plan is om alle zeilen bij te zetten in zijn buitenlandpolitiek, blijken er absoluut proportionele aanpassingen plausibel die hij kan aanwenden ter realisatie van eerdergenoemde voordelen. Allereerst is er de mogelijkheid tot het instellen van een staatssecretaris van Europese Zaken, die in direct contact staat met Nederlandse EU-politici en daarmee voor eensgezindheid en coherente beleidsvoering in Europa kan zorgen, ten bate van het nationaal belang.[7] Uit het Clingendael-rapport blijkt namelijk dat vele Nederlandse EU-politici, in tegenstelling tot Franse politici, niet een eenduidig nationaal beleid voeren.[8] 

Daarnaast blijkt uit dit rapport dat er winst valt te behalen op een hogere aanwezigheids- en participatiegraad bij formele en informele bijeenkomsten.[9] Eerder naar Brussel rijden voor een informeel overleg kan zomaar eens de broodnodige welwillendheid opleveren, waardoor Nederlandse staatssecretarissen wél minister worden en daarmee hun kansen vergroten om de Europese ladder te beklimmen. Dit vergroot ook nog eens de beeldvorming over het land van herkomst van de betreffende politicus.[10] 

Tevens is er een meer voor de hand liggende oplossing denkbaar: Nederlanders aandragen voor meer verschillende internationale posten. Wat opvalt tijdens het analyseren van de afgelopen attributie van internationale topfuncties is de significante verandering in gender van de politici. Christine Lagarde is ECB-directeur geworden, Ursula von der Leyen is Commissievoorzitter geworden en Kristalina Georgieva voorzitter van het IMF. Nederland zou beter kunnen inspelen op deze maatschappelijke ontwikkelingen door bijvoorbeeld Sigrid Kaag voor te dragen als voorzitter van het EU-parlement. Zij valt als vrouw en talenexpert volledig binnen het huidige plaatje van de EU als werkgever. Eveneens is er de optie om, ondanks zijn wilsgebreke, Mark Rutte over een aantal jaar toch voor te dragen als voorzitter van de Europese Raad. Uiteraard dienen wij rekening te houden met zijn persoonlijke exclusieve beschikkingsbevoegdheid, maar een gedegen politicus als Rutte zou onze nationale belangen in Europa op Franse wijze kunnen behartigen. Als hij had gewild had hij op basis van zijn populariteit in de EU linea recta zijn Torentje kunnen verruilen voor het Europagebouw. De Belgische premier Charles Michel zou stante pede aan de kant gezet worden.  

Samenvattend kunnen we stellen dat er wel degelijk mogelijkheden zijn voor Nederland om het nationale belang in de buitenlandpolitiek sterker naar voren te laten komen zonder daarbij de soevereiniteit en gelijkheid van (lid)staten te ontwrichten. Frankrijk is hier het levende voorbeeld van. Zonder dat ik meteen wil pleiten voor het instellen van een veredelde Code Civil en Bataafse Republiek, zal een ietwat chauvinistischere beleidsvoering tot op zekere hoogte plausibel en effectief zijn voor Nederland. Structurele veranderingen in de mindset van Nederlandse EU-ministers en het inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en populariteit make the Netherlands great again, zonder daarbij terug te vallen op Angelsaksische, isolationistische praktijken. Wellicht dat we dan de fluwelen Franse overheersing van het Europese continent enigszins een halt toe kunnen roepen. Met de op elkaar ingespeelde van Dijk, De Jong en Depay kom je namelijk ook aardig ver tegen de overmacht van Griezmann, Pogba en Benzema. Vive la Hollande!

 

[1] B. Dekker, R. Korteweg, A. Nunes, M. Sie Dhian Ho, W. Zweers ; ‘Clingendael rapport’, p. 18, Clingendael Netherlands institute of International relations, april 2019

[2] B. Dekker, R. Korteweg, A. Nunes, M. Sie Dhian Ho, W. Zweers; ‘Clingendael rapport’, p. 14, Clingendael Netherlands institute of International relations, april 2019

[3] C. Van Lotingen, ‘Onderschat de Franse diplomatie niet langer’, NRC, 7 augustus 2019

[4] P. Vermaas, ‘De Eurofiel kreeg echt zijn zin’, NRC, 3 juli 2019

[5] C. Koenis, ‘Machtspolitiek van Macron: hoe de Fransen steeds hun zin krijgen (en wij niet), RTLZ, 10 augustus 2019

[6] Y. Hofs. ‘Dubieuze rol Frankrijk bij speurtocht naar IMF directeur - de baan die Dijsselbloem had gewild’, de Volkskrant, 4 augustus 2019

[7] B. Dekker, R. Korteweg, A. Nunes, M. Sie Dhian Ho, W. Zweers ; ‘Clingendael rapport’, p. 17, Clingendael Netherlands institute of International relations, april 2019

[8] B. Dekker, R. Korteweg, A. Nunes, M. Sie Dhian Ho, W. Zweers ; ‘Clingendael rapport’, p. 17, Clingendael Netherlands institute of International relations, april 2019

[9] B. Dekker, R. Korteweg, A. Nunes, M. Sie Dhian Ho, W. Zweers ; ‘Clingendael rapport’, p. 19, Clingendael Netherlands institute of International relations, april 2019

[10] B. Dekker, R. Korteweg, A. Nunes, M. Sie Dhian Ho, W. Zweers ; ‘Clingendael rapport’, p. 6, Clingendael Netherlands institute of International relations, april 2019

 


Ondermijnende criminaliteit
23okt

Ondermijnende criminaliteit

Effecten, elementen en aanpak van ondermijnende criminaliteit in Nederland   Afgelopen jaar was in de media meer aandacht voor...

Eilan
14sep

Eilan

Had jij een ticket voor eilân? Zag je jezelf al met de wind in het haar op het strand van Terschelling staan vandaag? Dan zal je het...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen