Nota Bene online

Prof. Dr. ??

‘Een acht voor een nacht’

Op 7 november 2018 komt de UvA met een bericht naar buiten waarin een conclusie van een onderzoek wordt medegedeeld[1]. Het bericht luidt: ‘’Een aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (FdR) verbonden hoogleraar keert niet terug na een onderzoek naar mogelijk grensoverschrijdend gedrag, uitgevoerd door een onafhankelijk extern bureau. […]" Het bureau constateert dat er sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag. In het onderzoek is naar boven gekomen dat er gedurende een langere periode in de betrokken afdeling een gevoel van onveiligheid heeft geheerst. De feiten en conclusies van het rapport zijn voor de decaan van de FdR en het College van Bestuur zo zwaarwegend dat is besloten dat de hoogleraar niet zal kunnen terugkeren. Daarop heeft deze zelf besloten ontslag te nemen.’’ Een bericht dat in dit tijdperk al snel doet denken aan #MeToo-gerelateerd overschrijdend gedrag. De UvA besluit in dit bericht de naam van de hoogleraar achterwege te laten vanwege privacy-overwegingen.

Rondom dit ontslag besluit de NRC uitgebreid onderzoek te doen naar de vermeende misstanden rondom deze hoogleraar Arbeidsrecht.[2] In de reportage over de hoogleraar is een schets van de loopbaan als hoogleraar en als raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam vervat. Ook de rol van de UvA en het Gerechtshof  Amsterdam rondom de hoogleraar wordt aan de kaak gesteld. Volgens de NRC is hun onderzoek gebaseerd op tientallen (vertrouwelijke) documenten, apps, mails, gespreksverslagen en rapportages. Een enkele daarvan  is van de UvA verkregen na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De basis van dit stuk wordt gevormd door achtergrondgesprekken met ruim 35 betrokkenen, die uitsluitend op basis van anonimiteit wilden praten. De krant heeft met verschillende personen meerdere malen gesproken. 

De NRC spreekt in haar onderzoek van meerdere misstanden. Volgens de krant zou de hoogleraar ‘een opvallende verschijning zijn in het uitgesproken links-progressieve bolwerk’. Hij staat bekend als ’flamboyant, charismatisch en levenslustig’. Er wordt gesproken van een ‘verziekte cultuur’ binnen de sectie Arbeidsrecht waar de hoogleraar ongeremd kon opereren. Zo zou er seksueel contact zijn geweest met studentes. Gekscherend stond de hoogleraar dan ook bekend bij studenten als ‘een acht voor een nacht’. Verder worden er met regelmaat pornoplaatjes en seksueel getinte filmpjes doorgestuurd. Een alcoholische versnapering wordt door hem ook niet geschuwd. De man is vaak te vinden in café Zeppos waar hij vaak het voortouw neemt voor borrel. In combinatie met drank worden er toespelingen gedaan en platvloerse seksuele opmerkingen geuit. Ook worden er steeds meer eisen gesteld aan de vrouwen die om hem heen werken. Ze moeten hakken dragen, lang haar hebben en hun nagels moeten lang en gelakt zijn, vindt B. Tegen collega’s zonder make-up, zegt hij: ‘Ben je ziek?’ Als kers op de taart wordt er tevens een taart bezorgd op het advocatenkantoor waar een oud-studente, met wie hij langdurige een seksuele relatie heeft gehad, net aan een nieuwe baan is begonnen. De tekst op de taart: ‘Gefeliciteerd, tante Klitty.’ En dit is nog niet alles.

Voordat het artikel gepubliceerd wordt, biedt NRC het volledige artikel en de verantwoording schriftelijk aan, met als doel  om de hoogleraar in de gelegenheid te stellen te kunnen reageren. De krant ontving hierna een brief van een van B’s advocaten en een reactie van B. zelf. Daarin schrijft hij dat NRC ‘met regelmaat van verkeerde feiten uitgaat’. Zo was de tekst op de taart volgens hem ‘Tante Kitty’. „Een binnen een kleine club bekende verwijzing.” Concluderend stelt B. dat in het artikel ‘sprake is van een reeks verzonnen formuleringen. Veel van de door u opgevoerde feiten zijn onjuist.’ Ook deze  keer levert hij daarvoor geen enkel bewijs. Zijn advocaat eist onder meer dat zijn naam en de naam van de sectie waar hij werkzaam was niet zal worden gepubliceerd. De advocatenbrief eindigt met een ‘uitnodiging’ om het ‘gesprek aan te gaan’ met B. Dat laatste is wat NRC op dat moment  al meerdere keren heeft aangeboden en aangeeft nog steeds graag te willen.

De hoogleraar spant hierop een kort geding aan.[3]Zijn advocaat vordert onthouding van het noemen van zijn naam, het noemen van de sectie Arbeidsrecht en het afbeelden van zijn portret. Samengevat  stelt zijn advocaat dat ‘hij geen publiek figuur is en dat het noemen van zijn naam een ernstige inbreuk op zijn privacy vormt. De vrijheid van meningsuiting van NRC weegt hiertegen niet op. Bij het zoeken op internet zullen zijn naam en de aan zijn adres geuite beschuldigingen blijven opduiken. Dit leidt tot onherstelbare schade, niet alleen voor eiser, maar ook voor zijn gezin. 

Het gaat in deze zaak om de vraag welk fundamenteel recht zwaarder weegt. Het recht op de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) of het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM)? Volgens de rechtbank is B. aan te merken als een ‘public figure’ en kan ‘voorshands worden aangenomen dat het artikel voldoende op feitelijke basis is gestoeld. Desondanks meent de rechtbank dat het in de gegeven omstandigheden onvoldoende is om eiser met volledige naam in het artikel te vermelden en daarmee […] aan de schandpaal te nagelen. Vooralsnog is, gezien de grote vlucht die de social media hebben genomen en alle commentaren die in de regel op uitingen van deze aard via internet te vinden zijn, voldoende aannemelijk gemaakt dat het noemen van zijn naam dergelijke gevolgen zal hebben.’

De rechtbank stelt vast dat er deugdelijk journalistiek onderzoek door de NRC is gedaan. Voorts overweegt de rechtbank: ’Het argument van NRC dat door het niet noemen van zijn naam de gebeurtenissen worden gebagatelliseerd en de indruk wordt gewekt dat er niet over mag worden gesproken, wordt niet gevolgd. Het feit dat dit artikel in de krant staat, waardoor in zijn professionele kringen bekend zal zijn dat het over eiser gaat, zal vanzelfsprekend tot gevolg hebben dat er wel over wordt gesproken en dat in die kringen zijn naam ook zal worden genoemd. Een verdergaande inbreuk op zijn privacy en die van zijn gezin door het noemen van zijn naam in het artikel is in de gegeven omstandigheden niet gerechtvaardigd.’ Aan het belang voor de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer werd meer waarde toegekend. NRC mag de volledige naam van B niet vermelden. Het vermelden van zijn initialen en de sectie Arbeidsrecht is wel toegestaan.

Vorige maand december verscheen de uitspraak in het hoger beroep dat de NRC heeft ingesteld.[4] Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt van ‘deugdelijk onderzoek’ van de krant en weegt de ernst van de misstand in het publieke debat mee. Zo overweegt het hof: ‘Het artikel stelt zowel het seksueel grensoverschrijdende gedrag van [geïntimeerde] aan de kaak, als het feit dat de UvA gedurende langere tijd de tegen [geïntimeerde] geuite klachten niet serieus heeft genomen en niet heeft opgetreden. Het artikel levert daarmee een bijdrage aan het ‘#metoo-debat’. In dat zeer actuele publieke debat is aandacht voor beide aspecten van het artikel: zowel voor de vraag welke (hooggeplaatste) personen gedurende langere tijd zijn weggekomen met seksueel grensoverschrijdend gedrag, als voor de vraag hoe het kan dat de instituties/organisaties waarbinnen deze personen werkzaam waren dit hebben laten voortduren. Wanneer het gaat om bijdragen van journalisten aan het publieke debat, bestaat er volgens het EHRM weinig ruimte voor beperkingen op de vrijheid van meningsuiting. Dat heeft te maken met de taak van de pers om informatie te verspreiden (de waakhondfunctie van de pers), maar ook met het recht van het publiek om informatie te ontvangen.’ Het hof ziet dat er een groot belang bestaat bij publicatie van het artikel, met vermelding van de volledige naam. Het recht van vrijheid van meningsuiting prevaleert waardoor de NRC de volledige naam van de B. mag publiceren.

N.B.: de volledige naam van B. is nadien vermeld op de websitepagina van het artikel (zie voetnoot 2)

 

Bronnen:

Rechtbank Amsterdam, 13-05-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3451

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-12-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10757

https://www.uva.nl/content/nieuws/nieuwsberichten/2018/11/conclusies-onderzoek-grensoverschrijdend-gedrag.html

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/17/nrc-mag-naam-gevallen-uva-hoogleraar-noemen-a3984091

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/14/bij-hoogleraar-b-moesten-de-vrouwen-hakken-dragen-a3960238

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/naam-van-hoogleraar-schuldig-aan-grensoverschrijdend-gedrag-mag-niet-gepubliceerd-worden~b3743a96/

 

[1] Conclusie onderzoek grensoverschrijdend gedrag, Universiteit van Amsterdam, 7 november 2018, www.uva.nl

[2] Hugo Logtenberg & Clara van de Wiel, NCR, 14 mei 2019, Bij hoogleraar B. moesten de vrouwen hakken dragen

[3] Rechtbank Amsterdam, 13-05-2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3451

[4] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-12-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10757


Stop verdwaaltaal!
15jan

Stop verdwaaltaal!

Stop verdwaaltaal! Onlangs publiceerde de NRC een interessant opiniestuk getiteld ‘’Voorkom een ongeletterde samenleving, help nu de...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen